![]() |
|||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
Nieuws april 2011
Schatting voor voorlopige aanslag niet meer verplichtOndernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, zijn niet meer verplicht om binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar de belastbare winst te schatten. De Belastingdienst heeft deze verplichting namelijk met ingang van 1 januari 2011 afgeschaft. De Belastingdienst zal wel in het najaar een controle uitvoeren om te kijken of een onderneming terecht geen voorlopige aanslag heeft ontvangen. Als dat niet zo is krijgt u als ondernemer alsnog een brief met het verzoek om de belastbare winst te schatten. Bedrijven kunnen nog wel zelf verzoeken om de voorlopige aanslag te wijzigen. Dit is bijvoorbeeld het geval als een ondernemer in 2011 hogere of lagere belastbare winsten verwacht dan op de voorlopige aanslag staat. En als een onderneming helemaal geen voorlopige aanslag heeft gekregen maar wel verwacht dat zij over 2011 winst maakt, kan zij een voorlopige aanslag aanvragen. Heffingsrente Houd er rekening mee dat de Belastingdienst heffingsrente in rekening brengt als na afloop van een jaar toch belasting moet worden betaald. Heffingsrente is een vergoeding van gemiste rente. Het is niet mogelijk om een voorlopige aanslag aan te vragen of te wijzigen als al aangifte is gedaan. Werkgeversorganisaties pleiten voor uitstel vakantiedagenwet De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland willen graag dat de nieuwe regels voor vakantiedagen niet al halverwege dit jaar ingaan, maar het liefst pas op 1 januari 2012. Zo willen zij voorkomen dat werkgevers in één kalenderjaar twee systemen moeten aanhouden. Het kabinet wil langdurig zieken evenveel verlof laten opbouwen als niet zieke werknemers en het opsparen van vakantiedagen aan banden leggen. Het wetsvoorstel dat dit regelt, ligt momenteel bij de Eerste Kamer. Op grond van het wetsvoorstel zal voor de wettelijke (minimum) vakantiedagen een verjaringstermijn van een half jaar gaan gelden. Binnen zes maanden na het jaar waarin de dagen zijn opgebouwd, moeten de verlofdagen worden opgenomen, anders vervallen ze. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen verandert niets en blijft de huidige verjaringstermijn van vijf jaar gelden. Wettelijke vakantiedagen Het aantal wettelijke vakantiedagen van een werknemer komt overeen met de arbeidsduur (het aantal werkdagen) per week, vermenigvuldigd met vier. Een werknemer die fulltime werkt, heeft dus twintig wettelijke vakantiedagen (4 maal 5 werkdagen per week). Als iemand in deeltijd werkt, bijvoorbeeld 25 uur per week, dan heeft hij recht op minimaal 100 uur vakantie (4 maal 25 uur) per jaar. Alle extra vakantiedagen zijn bovenwettelijk. Zzp’er mag langer fiscaal pensioen opbouwen via oude werkgeverZelfstandigen zonder personeel mogen vanaf 2012 nog tien jaar met hulp van de fiscus pensioen opbouwen in de pensioenregeling van het bedrijf, waar ze daarvoor in dienst waren. Nu zijn de pensioenpremies maar drie jaar aftrekbaar. Deze toezegging deed de staatssecretaris van Financiën in antwoord op Kamervragen. Op grond van de Pensioenwet kunnen zzp’ers de pensioenregeling al tien jaar voortzetten, maar de fiscale aftrek van de pensioenpremies houdt na drie jaar op. De staatssecretaris vindt dit nu ook onredelijk en gaat de regeling aanpassen in het Belastingplan 2012. Omdat deze maatregel geld kost, gaat de staatssecretaris onderzoeken of het mogelijk is de pensioengrondslag na het derde jaar te maximeren op het dan geldende inkomen, met als bovengrens het laatstverdiende loon als werknemer. Einde in zicht voor rittenregistratie bestelautoDe staatssecretaris van Financiën gaat alles in het werk stellen om de rittenadministratie voor het privégebruik van een bestelauto af te schaffen. Dit schrijft hij als antwoord op recente Kamervragen. In bepaalde situaties is al een vereenvoudigde rittenadministratie mogelijk, bijvoorbeeld als de bestelauto alleen geschikt is voor het vervoer van goederen of als de werkgever zijn werknemers heeft verboden privé gebruik te maken van de bestelauto. Deze bijzondere regelingen bieden in de praktijk echter onvoldoende soelaas. Autobrief In de Tweede Kamer zijn daarom vragen gesteld. Deze vragen gingen alleen over de bijtelling voor werknemers, maar de staatssecretaris heeft aangegeven dat hij ook voor zzp’ers gaat onderzoeken of de rittenregistratie kan worden afgeschaft. Hij zal dit doen in overleg met de sector. Eventuele verminderde belastingopbrengsten van een nieuwe regeling zullen binnen de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting op personenauto’s (BPM) moeten worden opgevangen. Het kan dus zijn dat de MRB- of BPM-tarieven voor bestelauto’s hoger worden. In juni zal de staatssecretaris in de zogenoemde ‘autobrief’ met voorstellen komen. Betalingsuitstel bij vererving blote eigendom woning Als u de blote eigendom van een woning erft, kunt u voor de verschuldigde erfbelasting sinds 1 januari 2011 onder voorwaarden uitstel van betaling krijgen. De eerste voorwaarde is dat de woning voor de vruchtgebruiker (meestal de langstlevende ouder) kwalificeert als een eigen woning. Bovendien moet u over onvoldoende middelen beschikken om de erfbelasting te kunnen betalen. Samenvallen met vererving van onderneming Het kan zijn dat de vererving van de blote eigendom van een woning samenvalt met de vererving van een onderneming. Vaak komen de voortzetters van de onderneming dan in aanmerking voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (bof), zodat een relatief gering bedrag wordt belast. Voor het belaste deel is ook betalingsuitstel mogelijk. Maar hoe moet de erfbelasting worden verdeeld over beide regelingen als een deel onder het lage tarief valt en een deel onder het hoge tarief? Dit mag op de volgende manier: de waarde van het ondernemingsvermogen wordt zo veel mogelijk belast tegen het hoge tarief en het deel van de erfenis waarover meteen erfbelasting moet worden betaald, wordt zo veel mogelijk belast tegen het lage tarief. Voorbeeld Stel, de nalatenschap bestaat uit totaal € 220.000, waarvan € 100.000 niet vrijgesteld ondernemingsvermogen, € 100.000 waarde woning en € 20.000 overig vermogen. De totale erfbelasting bedraagt (€ 118.708 x 10%) + (€ 101.292 x 20%) = € 32.128. Deze belasting wordt als volgt verdeeld: • overig vermogen € 20.000 x 10% = € 2.000 (geen betalingsuitstel); • waarde woning (€ 98.708 x 10%) + (€ 1.292 x 20%) = € 10.128 (wel betalingsuitstel); • waarde ondernemingsvermogen € 100.000 x 20% = € 20.000 (ook betalingsuitstel). Hulpmiddel voor bepalen omvang arbeid bij renovatie Voor renovatie- en herstelwerkzaamheden aan woningen hoeven ondernemers niet altijd meer uit te gaan van de werkelijke verhouding tussen arbeid en materialen. Zij mogen in bepaalde gevallen ook de forfaitaire waardering van de Belastingdienst gebruiken. Dit is van belang omdat renovatie- en herstelwerkzaamheden aan woningen die ouder zijn dan twee jaar, tot 1 juli 2011 onder het lage btw-tarief van 6% vallen. Dit lage tarief geldt voor de vergoeding voor arbeid en dus niet voor de vergoeding voor materialen. De forfaitaire verdeling is alleen mogelijk als in de offerte geen verdeling van arbeid en materialen is gemaakt en ook bij de facturering één totaalprijs is berekend. Op de website van de Belastingdienst is te zien bij welk soort werkzaamheid, welk percentage aan arbeid toegerekend kan worden. U kunt de forfaitaire verdeling ook toepassen bij het maken van een offerte en bijbehorende factuur. Duurdere rechtsgang nadelig voor mkbDe gang naar de rechtbank kan flink duurder worden. Dit zal vooral de kleine ondernemer raken. De minister van Veiligheid en Justitie wil de rechtspraak per 2013 laten betalen door degenen die er gebruik van maken. De Raad voor de rechtspraak berekende naar aanleiding van het beoogde bezuinigingsbedrag wat de gevolgen zullen zijn voor de hoogte van de griffierechten bij civiele en bestuursrechtspraak. Alhoewel lage inkomens gecompenseerd worden, zullen de tariefstijgingen voor bepaalde groepen burgers en bedrijven enorm zijn. Een ondernemer die een geschil met een klant via de rechter wil beslechten, moet dan € 1950 aan griffierechten betalen in plaats van € 530. Bij geschillen over kleine zaken kost dit dan € 1190 in plaats van € 110. De Raad voor de rechtspraak (een bestuursorgaan voor de rechtspraak) acht invoering onwenselijk. Ook MKB-Nederland denkt dat kleine bedrijven hierdoor van incasso door de rechter zullen afzien. Geen belast rentevoordeel voor dgaAls u geld leent van uw bv en dit tegen een hoger rentetarief op een spaarrekening zet, is het verschil tussen de twee rentetarieven geen belast voordeel. Dit heeft de Hoge Raad beslist. Het ging in deze zaak om een directeur-grootaandeelhouder die tegen een zakelijke rente (2,5%) een grote som geld had geleend van zijn bv. Hij zette het bedrag op zijn internetspaarrekening tegen een rentevergoeding van 3,6%. De inspecteur wilde het verschil (1,1%) belasten. De Hoge Raad stak daar een stokje voor. Volgens het hoogste rechtscollege valt het uitzetten van gelden op een spaarrekening onder normaal, actief vermogensbeheer. Hierdoor kan het niet als resultaat uit een werkzaamheid worden belast, ook niet als de uitgezette gelden zijn ingeleend bij de vennootschap waarover de dga volledige zeggenschap heeft. Als de kennis van rentetarieven op spaarrekeningen aan te merken zou zijn als een bijzondere vorm van kennis, dan zou het voordeel wel belast kunnen zijn. Volgens de Hoge Raad was dat hier niet het geval. Landelijke fraudehelpdesk open Herkent u dit? U ontvangt een telefoontje van een verkoper die beweert dat u al ergens adverteert. Of u nog even per fax wilt bevestigen? Achteraf blijkt de fax een offerte te zijn en door te tekenen hebt u een opdrachtbevestiging voor honderden euro´s gedaan. Met vragen en meldingen over dergelijke acquisitiefraude en andere vormen van oplichting kunt u voortaan terecht bij de fraudehelpdesk. De fraudehelpdesk is een vraagbaak voor burgers en ondernemers die met (vermoedelijke) oplichting of fraude te maken hebben. Via de website www.fraudehelpdesk.nl en de telefonische hulpdienst helpt de fraudehelpdesk u met uw melding. Zij geeft ook informatie en voorlichting over alle mogelijke verschijningsvormen van fraude en oplichting. Meldplicht collectief ontslag wordt uitgebreid Als een werkgever twintig of meer werknemers wil ontslaan, moet hij dat voortaan melden bij de vakbonden, ook als het dienstverband stopt met wederzijds goedvinden. Dit staat in een wetsvoorstel om de Wet melding collectief ontslag uit te breiden. De meldingsplicht geldt nu nog alleen als de arbeidsovereenkomst via het UWV of de kantonrechter wordt beëindigd. Wanneer een dienstverband stopt met wederzijds goedvinden, valt dat straks ook onder de meldingsplicht. Door de voorgestelde wetswijziging krijgen vakbonden de gelegenheid om te overleggen over (de gevolgen van) het voorgenomen ontslag en hierop te reageren. Het wetsvoorstel ligt nu voor advies bij de Raad van State.
|
|||||||||||||||||||||
|