Nieuwsbrieven 2012
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2011
uitgave nov/december
uitgave sept/oktober
uitgave jun/juli
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2010
uitgave nov/dec
uitgave sept/okt
uitgave juni
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2009
uitgave december
uitgave september
uitgave juni
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2008
uitgave december
uitgave september
uitgave juni
uitgave maart

Nieuwsbrieven 2007
uitgave november
uitgave september
uitgave juni
uitgave maart

Nieuws juni 2010

Berekening afschrijvingspercentage bpm gewijzigd

De afschrijvingsmethode op basis van de werkelijke waarde voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (de bpm) is per 1 mei 2010 veranderd.

Vanaf die datum wordt de afschrijving voor de bpm op basis van de werkelijke waarde bepaald op het procentuele verschil tussen de inkoopwaarde in nieuwstaat en de inkoopwaarde in gebruikte staat op het moment van aangifte. Onder de inkoopwaarde in nieuwstaat wordt dan verstaan: de inkoopwaarde direct nadat de auto of motor is geleverd aan degene op wiens naam het kenteken staat, voordat het voertuig is gebruikt.

De inkoopwaarde in nieuwstaat is echter zelden bekend. De Belastingdienst geeft daarom aan hoe u deze kunt berekenen. Gebruik hiervoor de volgende formule:
Inkoopwaarde in nieuwstaat = (consumentenprijs minus € 500) x 0,88.

De Belastingdienst laat u vrij om de inkoopwaarde in nieuwstaat op een andere wijze te berekenen, maar dan moet u bij de berekening wel uw motivatie opgeven.

Met ingang van 1 mei 2010 zijn ook de downloadversies van de aangifteformulieren bpm aangepast. Gebruik dus uitsluitend deze nieuwe formulieren.



Leerstimulans voor mkb-werknemers

Ten minste vijfhonderd bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (mkb) kunnen tussen 1 juli 2010 en 31 december 2011 gratis deskundig advies krijgen over hoe leren op het werk kan worden bevorderd.

Doel van deze stimuleringsmaatregel is dat mkb-bedrijven de mogelijkheden voor het leren binnen hun bedrijf verder ontwikkelen en investeren in de inzetbaarheid van hun medewerkers met bijvoorbeeld scholing.

Door leren op de werkplek kan een werknemer zijn kennis, kunde en vitaliteit op peil houden. De flexibiliteit van bedrijven wordt hierdoor versterkt. Scholing biedt voordeel voor werknemer en werkgever. De werknemer vergroot zijn kansen op de arbeidsmarkt. Daarnaast wijst onderzoek uit dat medewerkers die worden geschoold, loyaler zijn naar hun bedrijf (werkgever).

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de staatssecretaris van Onderwijs en de voorzitter van MKB-Nederland hebben deze stimuleringsmaatregel bekendgemaakt. MKB-Nederland voert de regie over het project. Met een aantal geselecteerde branches gaat deze organisatie bedrijven werven die hieraan willen deelnemen. De resultaten worden gedeeld met andere bedrijven en branches.



BUA niet strijdig met Europese btw-regels

Sinds april 2010 is er duidelijkheid gekomen in een langlopende procedure over aftrek van btw. Het Europese Hof van Justitie heeft besloten dat het Nederlandse Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) niet in strijd is met Europese btw-regels.

Het BUA houdt voor u als ondernemer in dat u verplicht bent om de btw die u aftrekt voor bijvoorbeeld relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen, aan het eind van het jaar te corrigeren. Dit moet u doen in verband met het privégebruik.

Conform de uitspraak mogen de volgende kostencategorieën worden uitgesloten van btw-aftrek:

- het privé gebruiken van de auto van de zaak;
- het verstrekken van spijzen en dranken aan uw personeel;
- het geven van relatiegeschenken of het doen van andere giften aan hen die geen recht hebben op aftrek van voorbelasting;

- het verlenen van huisvesting aan uw personeel;
- het geven van gelegenheid tot ontspanning aan uw personeel.


Zolang onduidelijk was of de BUA in overeenstemming was met EU-regels hoopten ondernemers op een meevaller. Nu gaat dat helaas niet door.



Bewaar originele plaatsbewijzen voor reisaftrek

Om in aanmerking te komen voor reiskostenaftrek moeten uw werknemers originele plaatsbewijzen kunnen overleggen. De Hoge Raad heeft hierover duidelijkheid verschaft. Eerder vond Gerechtshof Amsterdam dat bankafschriften met daarop de pinbetalingen voor de openbaarvervoerkaartjes ook voldoende bewijs voor de fiscus zijn. Nu blijkt dat niet zo te zijn.



Als uw werknemers met het openbaar vervoer reizen, hebben zij voor de inkomstenbelasting recht op reisaftrek, en wel onder de volgende voorwaarden:

- Als werkgever verstrekt u uw werknemers geen vervoerbewijzen (want dan zou het gelden als ‘vervoer namens de werkgever’).

- De met het openbaar vervoer afgelegde reisafstand van woning naar werk moet meer dan tien kilometer bedragen.

- De werknemer moet aan de Belastingdienst een verklaring overleggen.

- De werknemer reist minimaal één keer per week of veertig keer per kalenderjaar met het openbaar vervoer naar zijn werk.

Uw werknemer vermindert het bedrag van de reisaftrek met de reiskostenvergoeding die u hem betaalt.

Verschil in verklaringen
De vereiste verklaring kan een openbaarvervoerverklaring zijn die het openbaarvervoerbedrijf aan uw werknemer heeft afgegeven. Maar als uw werknemer niet met abonnementen reist – omdat hij bijvoorbeeld in deeltijd werkt – kan hij toch voor de reisaftrek in aanmerking komen. Dan moet hij een reisverklaring van u als werkgever overleggen. De reisverklaring die u ondertekent, moet het volgende bevatten: uw naam en adres, de naam en het adres van uw werknemer en het aantal dagen per week waarop hij meestal per openbaar vervoer naar zijn werkplek(ken) reist. Naast deze reisverklaring moet hij dus ook de originele vervoerbewijzen kunnen overleggen.

Maximaal € 1989
De aftrekpost kan maximaal € 1989 bedragen, afhankelijk van het aantal dagen dat men reist en de afgelegde reisafstand.



Nieuwe werkkostenregeling in 2011.

Volgend jaar treedt de nieuwe werkkostenregeling in werking. Deze regeling vervangt dan een aantal gerichte vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen. Denk aan vaste onkostenvergoedingen, declaraties voor incidentele vergoedingen, verstrekkingen van kerstpakketten en personeelskortingen.

Verschil met huidige regeling
In plaats van de gerichte vrijstellingen komt er een algemene vrijstelling van maximaal 1,4 procent van de fiscale loonsom. Dat betekent dat er niet meer per werknemer wordt gekeken, maar per werkgever. Uw administratieve lasten dalen hierdoor. Wanneer u bijvoorbeeld fietsen voor uw personeel aanschaft, hoeft u dit niet meer per werknemer in de loonadministratie te boeken, maar het kan in één keer in de financiële administratie worden geboekt. Komt de vergoeding boven het forfait van 1,4 procent uit, dan bent u over het meerdere een eindheffing verschuldigd van 80 procent. Een aantal vergoedingen en verstrekkingen is uitgezonderd van de werkkostenregeling, bijvoorbeeld het voordeel van het privégebruik van de auto, het genot van een dienstwoning, reiskosten (zowel zakelijk als woon-werk) en studiekosten.

U kunt kiezen
De nieuwe regeling wordt in 2014 pas verplicht; in 2011, 2012 en 2013 kunt u nog elk jaar kiezen voor het huidige systeem van vergoedingen en verstrekkingen. Als u in 2011 de werkkostenregeling gebruikt, betekent dat niet automatisch dat u dat in 2012 en 2013 ook moet doen. Dan kunt u weer kiezen voor de huidige regels. Vanaf 2014 geldt de werkkostenregeling voor iedereen.

De werkkostenregeling heeft de volgende voordelen:
U kunt een vast percentage van de loonsom onbelast vergoeden en verstrekken.
U hoeft de meeste vergoedingen en verstrekkingen niet meer op werknemersniveau in uw loonadministratie te registreren.
U hoeft geen rekening meer te houden met de voorwaarden en beperkingen van de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen: u krijgt meer vrijheid.
U waardeert loon in natura tegen de factuurwaarde. U hoeft de factuur dan alleen in uw financiële administratie te boeken en niet ook in uw loonadministratie.

Binnen de werkkostenregeling kunt u nog steeds belast loon omzetten in een vrije vergoeding of verstrekking volgens het cafetariasysteem.
Maar de werkkostenregeling kan ook ongunstig uitpakken. Bijvoorbeeld als u, naast de kosten die straks gerichte vrijstellingen worden, veel andere kosten van uw werknemers vergoedt.

Bereidt u goed voor
Als u een goede keuze wilt maken tussen de werkkostenregeling en de bestaande regels, moet u nu al nadenken over uw arbeidsvoorwaardenbeleid vanaf 2011. U moet schatten hoeveel vrije ruimte u in 2011 hebt. U moet overleggen met de ondernemingsraad en/of vakbond over uw arbeidsvoorwaardenbeleid voordat u voor de werkkostenregeling kiest. Ook moet u uw administratie hiervoor inrichten. Het is raadzaam om tijdig met ons de voors en tegens van beide opties door te nemen.



Kiezen voor eigenrisicodragerschap?

Als werkgever kunt u te maken krijgen met arbeidsongeschiktheid van uw werknemers. U kunt zich tegen de financiële en personele gevolgen hiervan verzekeren. Dit kan via het UWV WERKbedrijf. Het Uitvoeringsinstituut WerknemersVerzekeringen (UWV) betaalt in dat geval de uitkeringen van de gedeeltelijk arbeidsgeschikte (ex-) werknemers en is verantwoordelijk voor de re-integratie. De werkgever betaalt dan, naast de basispremie, eveneens de gedifferentieerde WGA-premie aan het UWV.

U kunt er ook voor kiezen om dit WGA-risico (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) tien jaar lang voor eigen rekening te nemen. Dan bent u eigenrisicodrager. De uitbetaling van de uitkeringen en de kosten van de re-integratie komen in dit geval voor uw rekening. Dit financiële risico kunt u zelf dragen of (deels) verzekeren bij een particuliere verzekeraar. Een eigenrisicodrager hoeft geen gedifferentieerde WGA-premie te betalen.

Aanvankelijk was het plan om de WGA in 2011 te privatiseren, maar de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in april aangegeven dat werkgevers zelf kunnen blijven kiezen. Het kabinet komt, omdat het demissionair is, niet meer met voorstellen tot privatisering van de WGA.

Keuze maken
Het eigenrisicodragerschap voor de WGA kan jaarlijks op 1 januari of op 1 juli ingaan. Uw aanvraag daarvoor moet ten minste dertien weken vóór de beoogde ingangsdatum (dus vóór 2 oktober of vóór 1 april) binnen zijn bij de Belastingdienst. Om eigenrisicodrager te worden moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

•U heeft een garantieverklaring van een erkende kredietinstelling of een erkende verzekeraar.

•U bent in drie jaar vóór de beoogde ingangsdatum niet eerder eigenrisicodrager voor de WGA geweest.

Als u overweegt om eigenrisicodrager te worden, is het goed de volgende vragen te stellen. Hoeveel instroom in de WAO/WIA heeft u gehad?
Hoe hoog is het uitvalrisico in uw bedrijf?
Wat is de grootte van uw personeelsbestand en wat is de leeftijdsopbouw?
In hoeverre wilt u controle houden over de re-integratie van (ex-)werknemers?
Let op de financiële risico’s (denk hierbij ook aan een toekomstige bedrijfsovername). Overleg tijdig met ons als u per 1 januari (en dus aanvragen vóór 2 oktober!) een andere keus wilt maken.



Kwartaalaangifte btw met een jaar verlengd

Ook in 2011 kunt u uw btw-aangifte per kwartaal of per maand doen.
Eind 2010 zou de tijdelijke crisismaatregel vervallen, maar de ministerraad heeft onlangs besloten de regeling met een jaar te verlengen.

Meer geld in kas
Steeds meer ondernemers regelen hun btw-afdracht per kwartaal. De afgelopen anderhalf jaar maakten ruim 100.000 ondernemers de overstap naar de kwartaalaangifte. Minister De Jager noemt de regeling een succes: “Wie per kwartaal aangifte doet, heeft gedurende het kwartaal meer geld in kas en is minder tijd kwijt aan zijn administratie.” De kwartaalaangifte betekent een liquiditeitsimpuls voor het bedrijfsleven van enkele miljarden euro.

















Denissen & van Dinten | Broerdijk 193 | Postbus 1314 | 6501 BH Nijmegen
Tel: (024) 323 36 69 | Fax: (024) 322 69 14 | E-mail:
info@denissen-vandinten.nl