![]() |
|||
|
|
|||||||||||||||||||||
|
Nieuws juni 2010
Berekening afschrijvingspercentage bpm gewijzigdDe afschrijvingsmethode op basis van de werkelijke waarde voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (de bpm) is per 1 mei 2010 veranderd. Vanaf die datum wordt de afschrijving voor de bpm op basis van de werkelijke waarde bepaald op het procentuele verschil tussen de inkoopwaarde in nieuwstaat en de inkoopwaarde in gebruikte staat op het moment van aangifte. Onder de inkoopwaarde in nieuwstaat wordt dan verstaan: de inkoopwaarde direct nadat de auto of motor is geleverd aan degene op wiens naam het kenteken staat, voordat het voertuig is gebruikt. De inkoopwaarde in nieuwstaat is echter zelden bekend. De Belastingdienst geeft daarom aan hoe u deze kunt berekenen. Gebruik hiervoor de volgende formule: Inkoopwaarde in nieuwstaat = (consumentenprijs minus € 500) x 0,88. De Belastingdienst laat u vrij om de inkoopwaarde in nieuwstaat op een andere wijze te berekenen, maar dan moet u bij de berekening wel uw motivatie opgeven. Met ingang van 1 mei 2010 zijn ook de downloadversies van de aangifteformulieren bpm aangepast. Gebruik dus uitsluitend deze nieuwe formulieren. Leerstimulans voor mkb-werknemers Ten minste vijfhonderd bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (mkb) kunnen tussen 1 juli 2010 en 31 december 2011 gratis deskundig advies krijgen over hoe leren op het werk kan worden bevorderd. Doel van deze stimuleringsmaatregel is dat mkb-bedrijven de mogelijkheden voor het leren binnen hun bedrijf verder ontwikkelen en investeren in de inzetbaarheid van hun medewerkers met bijvoorbeeld scholing. Door leren op de werkplek kan een werknemer zijn kennis, kunde en vitaliteit op peil houden. De flexibiliteit van bedrijven wordt hierdoor versterkt. Scholing biedt voordeel voor werknemer en werkgever. De werknemer vergroot zijn kansen op de arbeidsmarkt. Daarnaast wijst onderzoek uit dat medewerkers die worden geschoold, loyaler zijn naar hun bedrijf (werkgever). De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de staatssecretaris van Onderwijs en de voorzitter van MKB-Nederland hebben deze stimuleringsmaatregel bekendgemaakt. MKB-Nederland voert de regie over het project. Met een aantal geselecteerde branches gaat deze organisatie bedrijven werven die hieraan willen deelnemen. De resultaten worden gedeeld met andere bedrijven en branches. BUA niet strijdig met Europese btw-regels Sinds april 2010 is er duidelijkheid gekomen in een langlopende procedure over aftrek van btw. Het Europese Hof van Justitie heeft besloten dat het Nederlandse Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) niet in strijd is met Europese btw-regels. Het BUA houdt voor u als ondernemer in dat u verplicht bent om de btw die u aftrekt voor bijvoorbeeld relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen, aan het eind van het jaar te corrigeren. Dit moet u doen in verband met het privégebruik. Conform de uitspraak mogen de volgende kostencategorieën worden uitgesloten van btw-aftrek: - het privé gebruiken van de auto van de zaak; - het verstrekken van spijzen en dranken aan uw personeel; - het geven van relatiegeschenken of het doen van andere giften aan hen die geen recht hebben op aftrek van voorbelasting; - het verlenen van huisvesting aan uw personeel; - het geven van gelegenheid tot ontspanning aan uw personeel. Zolang onduidelijk was of de BUA in overeenstemming was met EU-regels hoopten ondernemers op een meevaller. Nu gaat dat helaas niet door. Bewaar originele plaatsbewijzen voor reisaftrekOm in aanmerking te komen voor reiskostenaftrek moeten uw werknemers originele plaatsbewijzen kunnen overleggen. De Hoge Raad heeft hierover duidelijkheid verschaft. Eerder vond Gerechtshof Amsterdam dat bankafschriften met daarop de pinbetalingen voor de openbaarvervoerkaartjes ook voldoende bewijs voor de fiscus zijn. Nu blijkt dat niet zo te zijn. Als uw werknemers met het openbaar vervoer reizen, hebben zij voor de inkomstenbelasting recht op reisaftrek, en wel onder de volgende voorwaarden: - Als werkgever verstrekt u uw werknemers geen vervoerbewijzen (want dan zou het gelden als ‘vervoer namens de werkgever’). - De met het openbaar vervoer afgelegde reisafstand van woning naar werk moet meer dan tien kilometer bedragen. - De werknemer moet aan de Belastingdienst een verklaring overleggen. - De werknemer reist minimaal één keer per week of veertig keer per kalenderjaar met het openbaar vervoer naar zijn werk. Uw werknemer vermindert het bedrag van de reisaftrek met de reiskostenvergoeding die u hem betaalt. Verschil in verklaringen De vereiste verklaring kan een openbaarvervoerverklaring zijn die het openbaarvervoerbedrijf aan uw werknemer heeft afgegeven. Maar als uw werknemer niet met abonnementen reist omdat hij bijvoorbeeld in deeltijd werkt kan hij toch voor de reisaftrek in aanmerking komen. Dan moet hij een reisverklaring van u als werkgever overleggen. De reisverklaring die u ondertekent, moet het volgende bevatten: uw naam en adres, de naam en het adres van uw werknemer en het aantal dagen per week waarop hij meestal per openbaar vervoer naar zijn werkplek(ken) reist. Naast deze reisverklaring moet hij dus ook de originele vervoerbewijzen kunnen overleggen. Maximaal € 1989 De aftrekpost kan maximaal € 1989 bedragen, afhankelijk van het aantal dagen dat men reist en de afgelegde reisafstand. Nieuwe werkkostenregeling in 2011.Volgend jaar treedt de nieuwe werkkostenregeling in werking. Deze regeling vervangt dan een aantal gerichte vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen. Denk aan vaste onkostenvergoedingen, declaraties voor incidentele vergoedingen, verstrekkingen van kerstpakketten en personeelskortingen. Verschil met huidige regeling |
|||||||||||||||||||||
|