Nieuwsbrieven 2012
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2011
uitgave nov/december
uitgave sept/oktober
uitgave jun/juli
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2010
uitgave nov/dec
uitgave sept/okt
uitgave juni
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2009
uitgave december
uitgave september
uitgave juni
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2008
uitgave december
uitgave september
uitgave juni
uitgave maart

Nieuwsbrieven 2007
uitgave november
uitgave september
uitgave juni
uitgave maart

Nieuws maart 2007

Onterecht privégebruik auto van de zaak
Bij gebruik van een auto van de zaak door een werknemer moet u als werkgever 22% van de cataloguswaarde van de auto optellen bij het loon van de werknemer en hier belasting over inhouden en afdragen. Wanneer een werknemer een verklaring ‘geen privégebruik auto van de zaak’ bij de Belastingdienst heeft ingediend hoeft dit niet. Deze verklaring kan worden ingediend indien er minder dan 500 kilometer per jaar gebruik wordt gemaakt van de auto voor privédoeleinden.

Uit steekproeven is gebleken dat er vaak geen belasting is betaald voor het gebruik van auto’s van de zaak voor privégebruik. Men overschrijdt, ondanks de schriftelijke verklaring, dus de kilometergrens. De Belastingdienst houdt daarom vanaf medio februari door het hele land mobiele controleacties op onterecht privégebruik van auto’s van de zaak. Men controleert het gehele jaar door bij drukbezochte locaties zoals festivals, bouwmarkten, woonboulevards en grensovergangen in de vakantieperiodes.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van ‘slimme’ camera-auto’s die zijn uitgerust met een computersysteem dat automatisch nummerplaten scant en herkent. Het kan, al rijdende, 8 kentekens per seconde registreren. De gegevens worden vergeleken met de verklaringen van ‘geen privégebruik auto van de zaak’ die bij de Belastingdienst opgegeven zijn. Degene die, ondanks zo’n gegeven verklaring, toch voor privédoeleinden gebruik maakt van een auto van de zaak ontvangt een schriftelijke uitnodiging om inzicht te geven in de rittenregistratie waarmee aangetoond kan worden dat er per jaar minder dan 500 privékilometers met de auto van de zaak worden gereden. Als dit niet kan worden aangetoond wordt een naheffing opgelegd (de controles worden toegepast over het belastingjaar 2007, maar naheffingen over voorgaande jaren worden mogelijk ook opgelegd).

De naheffing wordt altijd opgelegd als van privégebruik van de auto van de zaak sprake is. De verklaring ‘geen privégebruik auto van de zaak’ kan op elk gewenst moment worden ingetrokken. Een naheffing wordt dan opgelegd over de periode waarin er privé in de auto van de zaak is gereden. De werkgever moet na intrekking van de verklaring het gebruik weer in de loonheffing opnemen. Indien de verklaring wordt ingetrokken wordt de bijtelling niet verhoogd met een boete.

Rekenvoorbeeld:
Een werknemer met een salaris van € 3.000 per maand rijdt in een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 30.000. Als bij controle blijkt dat de verklaring ‘geen privégebruik auto van de zaak’ niet is ingetrokken terwijl er meer dan 500 privékilometers per jaar mee wordt gereden kan hij de volgende naheffingsaanslag verwachten:

Bijtelling € 30.000 x 22% = € 6.600 x belastingtarief 42 % = € 2.772.
Eventuele boete 50% van € 2.772 = € 1.386.
Totale aanslag € 4.158.

U ziet: een goede reden om te controleren of alle verklaringen die opgestuurd zijn nog actueel zijn. Zo niet, dan kan bij de Belastingdienst het formulier ‘intrekking verklaring geen privégebruik auto van de zaak’ opgevraagd worden.



Onderschat discussiesite niet
Kent u de sites waar men discussieert over producten? Steeds meer mensen (25%) zoeken eerst op internet informatie over een product. De klant is minder trouw aan een merk dan voorheen. Hij staat argwanend tegenover reclame en hecht meer waarde aan het oordeel van vrienden en familie. Bedrijven laten zich niet zien op die discussiesites, maar laten zo kansen liggen. Dit wordt veelal gedaan uit angst de ‘controle te verliezen’. Er leeft het idee dat men met reclame-uitingen zelf bepaalt hoe er over het product gedacht wordt. Toch is het voor u als ondernemer verstandig om u te mengen in de discussies. Discussies vinden namelijk sowieso plaats en zo kunt u invloed uitoefenen en profiteren van de kennis van de klanten.


Wat verandert er voor u door uniforme dienstverlening van het UWV?
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) gaat in de loop van dit jaar organisatiebreed gebruikmaken van één enkel incassosysteem. Tot nog toe werden er verschillende systemen gebruikt, die gerelateerd waren aan de uitkeringsinstellingen die in het UWV zijn opgegaan.

Wat verandert er voor u

  • U krijgt een aparte nota voor te betalen/ontvangen bedragen en herinneringen c.q. aanmaningen, met specificatie naar: Sociale Verzekering (SV), Boete, Arbeidsgehandicaptenkorting (AGH), Re-integratie Arbeidsgehandicapten (REA), OR (premie Ondernemingsraad).
  • Betaling is helaas alleen nog mogelijk via acceptgirokaart of betalingsopdracht (niet meer per automatische incasso!).
  • Betalingen dient u voortaan over te maken op rekeningnummer 67.25.35.300 ten name van het UWV te Amsterdam (o.v.v. uw aansluitingsnummer).

Schroom niet om contact met ons op te nemen om u hierbij van dienst te zijn.



Wetswijzigingen pensioen- en zorgverzekering van 2006
Uit onderzoek is gebleken dat werknemers in 2006 alle veranderingen op het gebied van pensioen- en zorgverzekering met moeite konden bijhouden. Van hen heeft vrijwel niemand gebruik gemaakt van de levensloopregeling. Negen van de tien bedrijven heeft een collectieve levensloopregeling afgesloten. Ruim een kwart van de werkgevers verstrekt hierbij een werkgeversbijdrage. De meeste werknemers maken geen gebruik van de levensloopregeling, maar laten dit uitbetalen.

Bijna 95% van de ondernemingen heeft een collectieve ziektekostenverzekering afgesloten voor het personeel. Vier van de tien verstrekken een extra werkgeversbijdrage naast de verplichte 6,5%. Alhoewel er gekozen kan worden voor een andere collectiviteit dan die de werkgever aanbiedt, hebben de meeste werknemers dat niet gedaan. De keuze voor de zorgverzekeraar laat men dus veelal over aan de werkgever.



Veranderde Arbeidstijdenwet (per 1 april 2007)
De Arbeidstijdenwet is vereenvoudigd en zal op 1 april 2007 in werking treden.
Deze wet stelt regels vast voor arbeids- en rusttijden. Dit met het oog op veiligheid, gezondheid en welzijn. Tevens heeft de wet tot doel om het voor werknemers makkelijker te maken om werk te combineren met zorgtaken en/of andere verantwoordelijkheden die zij buiten het werk hebben. Met deze veranderde wet krijgen werkgevers en werknemers meer mogelijkheden om zelf afspraken te maken over de arbeids- en rusttijden.

Wat verandert er per 1 april 2007?

  • De maximum arbeidstijd is 12 uur per dienst en 60 uur per week. In een periode van 4 weken mag een werknemer gemiddeld 55 uur per week werken en per 16 weken gemiddeld 48 uur.
  • Een nachtdienst mag niet langer duren dan 10 uur. Voor werknemers die regelmatig nachtdiensten draaien, mag de werkweek over een periode van 16 weken gemiddeld niet meer dan 40 uur bedragen. Na één of meer nachtdiensten geldt altijd een langere rusttijd.
    Het aantal nachtdiensten dat een werknemer draait blijft beperkt: per 16 weken maximaal 36 nachtdiensten. Alleen bij cao of na een afspraak van de werkgever met de ondernemingsraad mag dit aantal verhoogd worden tot 140 nachtdiensten per jaar.

De huidige standaard- en overlegregeling komt te vervallen. Behalve voor het aantal nachtdiensten, geldt in de nieuwe wet voortaan nog maar één norm.

Van sommige bepalingen (met betrekking tot pauzeduur, aantal vrije zondagen en gemiddelde wekelijkse arbeidstijd per 4 weken) mag uitsluitend ‘bij collectieve regeling’ gebruik gemaakt worden. Dat wil zeggen nadat daarover in collectief overleg overeenstemming is bereikt, bijvoorbeeld in een cao of een schriftelijke overeenstemming tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan over een arbeids- en rusttijdenregeling (meestal de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging).

Voor wie geldt de Arbeidstijdenwet?
In principe geldt de Arbeidstijdenwet voor iedereen die voor een werkgever werkt, dus voor alle werknemers, inclusief stagiaires, uitzendkrachten en gedetacheerden. In een aantal gevallen geldt de Arbeidstijdenwet ook voor zelfstandigen. Het gaat dan om situaties waarin ook de veiligheid van derden in het geding is, zoals in de vervoerssectoren.


Benzinebonnen en aftrek BTW
Let op bij contant betalen bij tanken. Als u rekent op BTW-teruggave van uw benzinekosten moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen.
De belastingwet schrijft voor dat de BTW pas afgetrokken kan worden als er op een voorgeschreven wijze een factuur is gemaakt. Een vereiste is dat de naam en het adres van de ondernemer en zijn afnemer op de factuur zijn opgenomen. Bij benzinebonnen hoeven de gegevens van de afnemer (u als klant dus) niet noodzakelijk op de bon te staan, echter de betalingen moeten wel traceerbaar zijn.
Bij contant afrekenen voldoet de ondernemer of de werknemer volgens de Belastingdienst niet aan deze voorwaarde.
Om uw BTW-teruggave probleemloos te laten verlopen, dient u dus te betalen door middel van een bank- of giropas, creditkaart of een tankkaart.



Verandering Wet Kinderopvang: wat betekent deze wet voor u als ondernemer?
De Wet kinderopvang bestaat sinds 1 januari 2005 en hierin staat dat ouders, werkgevers en overheid samen verantwoordelijk zijn voor de kinderopvang.
De wet liet het aan werkgevers over of ze hun personeel met kinderen al dan niet een financiële bijdrage voor kinderopvang zou verstrekken. De bedoeling was dat in 2008 ruim 90% van de werknemers met kinderen een werkgeversbijdrage zou ontvangen voor kinderopvang. Gebleken is echter dat 35% geen of geen volledige bijdrage ontving. Omdat de streefcijfers voor 2008 niet gehaald zouden worden, is per 1 januari 2007 de vrijwillige werkgeversbijdrage vervangen door een verplichte bijdrage.

Werkgevers betalen nu geen vergoeding meer aan werkende ouders. Deze ontvangen voortaan alleen nog van de overheid een bijdrage voor de kinderopvang. De kosten hiervan rekent de overheid door aan alle werkgevers. Dit gebeurt via een vaste opslag op het werkgeversdeel van de WW-premie (de 'sectorpremie'). In 2007 bedraagt deze zogeheten kinderopvangheffing 0,28% van het premieloon. Deze heffing geldt voor zowel het loon van werknemers met kinderen als zonder kinderen.

Ouders krijgen een toeslag als ze gebruik maken van formele kinderopvang (een geregistreerd kinderopvangcentrum of gastoudergezin dat is aangesloten bij een ingeschreven gastouderbureau).

Als u als werkgever op eigen initiatief een werkgeversbijdrage betaalde, kon u hier sinds 1 januari 2007 mee stoppen. Mocht uw bijdrage voortkomen uit een cao of een bedrijfsregeling dan kan het zijn dat u de bijdrage nog moet betalen zolang de cao en bedrijfsregeling niet zijn aangepast aan de nieuwe situatie. Daarom is geregeld dat u zolang deze situatie zich voordoet per 1 januari 2007 uitsluitend nog verplicht bent de afgesproken werkgeversbijdrage te betalen voor zover deze gunstiger is dan de vaste toeslag die de overheid aan de ouders verstrekt.

Uw administratieve lasten nemen af als u voorheen een werkgeversbijdrage verstrekte. Dit geldt echter niet als u nog met de genoemde overgangsregeling te maken heeft.
Werknemers met kinderen waren in de oude situatie minder aantrekkelijk voor werkgevers die een bijdrage betaalden dan werknemers zonder kinderen. Dat is nu niet meer het geval, aangezien nu voor iedere werknemer een opslag moet worden betaald.
Situatie voor zelfstandigen.

Met de invoering van de Wet Kinderopvang in 2005 kregen zelfstandigen dezelfde rechten als werknemers wat de vergoeding van de kinderopvang betrof. Zij konden aanspraak maken op een inkomensafhankelijke toeslag én op een extra inkomensafhankelijke compensatie van het Rijk omdat ze geen werkgeversbijdrage ontvingen. Vanaf 1 januari 2007 hebben zelfstandigen recht op de vaste toeslag en op de inkomensafhankelijke toeslag.

































































Denissen & van Dinten | Broerdijk 193 | Postbus 1314 | 6501 BH Nijmegen
Tel: (024) 323 36 69 | Fax: (024) 322 69 14 | E-mail:
info@denissen-vandinten.nl