Nieuwsbrieven 2012
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2011
uitgave nov/december
uitgave sept/oktober
uitgave jun/juli
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2010
uitgave nov/dec
uitgave sept/okt
uitgave juni
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2009
uitgave december
uitgave september
uitgave juni
uitgave april
uitgave februari

Nieuwsbrieven 2008
uitgave december
uitgave september
uitgave juni
uitgave maart

Nieuwsbrieven 2007
uitgave november
uitgave september
uitgave juni
uitgave maart

Nieuws september 2007

Kosteloos advies voor ICT
Het gebruik van ICT en internet voor contact met de klant en leveranciers is in de meeste bedrijven gebruikelijk. Te denken valt aan track & tracingprogramma’s, digitalisering van het inkoop- en verkoopproces en e-marketing. Door elektronisch gegevens uit te wisselen bespaart men kosten en tijd. Om ondernemers te ondersteunen om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden is er het programma ‘Nederland Digitaal in verbinding’ opgezet. Een adviseur brengt samen met de ondernemer in kaart wat voor hem mogelijk en raadzaam is. Dankzij bijdragen van het ministerie van Economische Zaken is deelname aan dit project gratis. Zie voor meer informatie www.syntens.nl bij Projecten, Nederland.



Aankomende wetgeving: het wetsvoorstel Personenvennootschappen
Het wetsvoorstel Personenvennootschappen is in behandeling. Waarschijnlijk wordt de wet op 1 januari 2008 ingevoerd. In het wetsvoorstel is geregeld dat de personenvennootschappen in hun huidige vorm vervallen. Personenvennootschappen zijn een vof, CV en een maatschap.

Voor eenmanszaken en BV´s heeft deze wet geen consequenties; voor de huidige vof’s, CV´s en openbare maatschappen (maatschappen die onder een gemeenschappelijke naam actief zijn) wel. Die zullen waarschijnlijk als openbare vennootschappen aangemerkt worden.

  1. De niet-openbare vennootschap (dit zijn samenwerkingsverbanden, die niet onder een gemeenschappelijke naam naar buiten treden).
    De niet-openbare vennootschap is te vergelijken met de huidige stille maatschap. Wel komt er een afgescheiden vermogen.

  2. De openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV)
    De openbare vennootschap is te vergelijken met de huidige vof en de cv. Daarnaast zal ook de openbare maatschap (de maatschap die wel onder een gemeenschappelijke naam naar buiten treedt) straks een openbare vennootschap zijn. Nieuw is dat de vennootschap blijft bestaan bij het toe- en uittreden van vennoten, tenzij het tegendeel in de overeenkomst is opgenomen.

  3. De openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR)
    De belangrijkste wijziging in de nieuwe wetgeving is dat de openbare vennootschap ook rechtspersoonlijkheid kan krijgen. De vennoten blijven echter wel hoofdelijk aansprakelijk. Voordeel is dat de vennootschap dan zelf eigenaar kan worden van goederen (zoals bedrijfswagens of een bedrijfspand) en zelf een contract kan afsluiten. Om rechtspersoonlijkheid te krijgen moet de vennootschapsakte in een notariële akte worden opgenomen inclusief de goederen die tot de vennootschappelijke gemeenschap behoren.

    In de nieuwe regeling worden alle vennoten (uitgezonderd de commanditaire vennootschap) van een openbare vennootschap hoofdelijk aansprakelijk. Dit geldt voor de OV en de OVR.



    Last van verontreinigd bedrijfsterrein?
    De nieuwe Wet bodembescherming is op 1 januari 2006 in werking getreden. U als eigenaar of erfpachter bent verantwoordelijk voor de sanering van uw bedrijfsterrein indien de bodem verontreinigd is. De overheid subsidieert echter en heeft de mogelijkheden hiertoe verruimd. Onder bepaalde voorwaarden kan de eigenaar of erfpachter als MKB-bedrijf subsidie krijgen tot 70% van de saneringskosten. De subsidie moet vóór 1 januari 2008 bij het bevoegd gezag (provincie of gemeente) of bij het Bodemcentrum www.bodemcentrum.nl worden aangevraagd. Dit Bodemcentrum is een initiatief van VNO-NCW, MKB-Nederland, Rabobank Nederland en verschillende brancheorganisaties.

    In principe is de subsidie overdraagbaar op een nieuwe eigenaar of erfpachter. Als de aanvraag tijdig is ingediend, kan tot 2030 gebruik worden gemaakt van de subsidiemogelijkheid.




    Wijziging aanslag DGA m.i.v. 2008
    In 2006 heeft toenmalig minister Zalm aangekondigd dat directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) met ingang van 2008 niet meer onder de loonbelasting en premies volksverzekering zullen vallen. Dit alles met als doel de administratieve lasten voor ondernemers te verlichten.

    Een belangrijke voorwaarde is dat de houdstermaatschappij waaruit de DGA’s hun salaris ontvangen geen andere werknemers in dienst mag hebben.

    Op basis van een schatting van het looninkomen uit de ‘eigen’ BV wordt door middel van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen betaald. Deze situatie is gelijk aan die van een ondernemer met een eenmanszaak.

    Omvang vaststellen
    De Belastingdienst stuurt de komende periode eerst een brief naar alle DGA’s waarin zij kunnen aangeven of voor hen inderdaad de inhoudingsplicht gaat vervallen. Vervolgens krijgen DGA’s in september en/of oktober 2007 een brief van de fiscus waarin zij kunnen aangeven voor welk bedrag zij een voorlopige aanslag willen ontvangen.

    Het vervallen van de inhoudingsplicht kan samenvallen met een al bestaande tegemoetkoming voor DGA’s die hun salaris ontvangen uit een houdstermaatschappij voor werkzaamheden voor de werkmaatschappij van die houdstermaatschappij. Indien de DGA voor zijn werkzaamheden bij de werkmaatschappij aangemerkt wordt als een werknemer voor de werknemersverzekeringen, moet de werkmaatschappij normaliter de loonheffing en de werknemersverzekeringspremies afdragen over het loon van de DGA. Vaak is geregeld dat de DGA een arbeidsovereenkomst heeft met de houdstermaatschappij, welke maatschappij vervolgens weer een managementovereenkomst heeft met de werkmaatschappij. Het loon dat de DGA verdient bij de werkmaatschappij wordt aldus ‘doorbetaald’ (vandaar de term ‘doorbetaaldloonregeling’) door de houdstermaatschappij aan de DGA.

    Op dit moment is het vaak zo geregeld dat een DGA met een minderheidsbelang in de werk-BV in zijn eigen houdstermaatschappij de loonbelasting/premie volksverzekeringen betaalt en dat de werk-BV zorgt voor de afdracht premie werknemersverzekeringen. Vanaf 2006 is dit eigenlijk wettelijk niet meer mogelijk en zou ook de loonbelasting/premie volksverzekeringen door de werk-BV afgedragen behoren te worden. Begin dit jaar is echter een besluit genomen welke de huidige situatie toch goedkeurt tot eind 2007.

    Vanaf 1 januari 2008 ontstaat een geheel nieuwe situatie omdat vanaf dat moment de eigen houdstermaatschappij niet meer inhoudingsplichtig is en dus ook geen loonbelasting/premie volksverzekeringen kan inhouden en afdragen. Dientengevolge moet dit wel door de werk-BV ingehouden en afgedragen gaan worden. Dit kan echter leiden tot aanpassingen in managementovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten en/of pensioenovereenkomsten. De staatssecretaris acht het echter niet wenselijk dat dit alles gewijzigd zou moeten worden en bereidt daarom een wetswijziging voor om deze structuren ook na 1 januari 2008 mogelijk te maken.




    Van openbare vennootschap naar besloten vennootschap?
    Door de nieuwe wet personenvennootschappen zullen dienstverleners en beroepsbeoefenaren die nu nog in een openbare maatschap werken (zoals advocaten, notarissen, accountants, tandartsen en apothekers) gaan samenwerken in een openbare vennootschap met een hoofdelijke aansprakelijkheid. Dit is een behoorlijke verzwaring van de aansprakelijkheid. Dit kan een reden zijn om de openbare vennootschap om te zetten in een besloten vennootschap. In de nieuwe regeling is het makkelijker om een openbare vennootschap om te zetten in een BV. Een belangrijke reden om dit te doen is de beperkte aansprakelijkheid voor bestuurders en aandeelhouders in een BV. Het heeft echter wel fiscale gevolgen. Het is raadzaam tijdig te overleggen wat voor u het beste is.




    Familiebedrijven hebben grote waarde voor economie
    Familiebedrijven leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. In Nederland zijn 180.000 familiebedrijven verantwoordelijk voor 40% van de werkgelegenheid en 50% van het Bruto Nationaal Product. Dit heeft te maken met de belangrijkste kracht van het familiebedrijf: continuïteit, door de lange termijnvisie en sterke band met het personeel. We spreken hier over familiebedrijven als een bedrijf aan twee van deze drie criteria voldoet: meer dan 50% van de eigendom is in handen van één familie, één familie heeft beslissende invloed op de bedrijfsstrategie of op opvolgingsbeslissingen en ten minste twee leden van de ondernemingsleiding zijn afkomstig uit één familie.

    Het familiebedrijf kent een eigen organisatie- en eigendomsstructuur en een problematiek, die niet gelijk is aan het MKB of het grootbedrijf. De overheid wil een betere focus op familiebedrijven bewerkstelligen om het concurrentievermogen van de Nederlandse economie positief te beïnvloeden.

    Op initiatief van de Kamer van Koophandel is de Expertgroep Familiebedrijven opgericht. Die heeft in een notitie aan de overheid 18 aanbevelingen gedaan. Men wil stimulerende maatregelen treffen en barrières wegnemen. Drie van de belangrijke aanbevelingen zijn:

    • Fiscaal: Afrekenen met de fiscus bij kapitaalonttrekking i.p.v. bij kapitaaloverdracht.
    • Familiebedrijven hebben te kampen met een negatief imago. Meer kennis over het familiebedrijf zal zorgen voor meer waardering. De Expertgroep geeft aanbevelingen om kennis te verzamelen en over te dragen.
    • Er ontstaat een trend waarbij Corporate Governance (ondernemingsbestuur) steeds meer wordt opgelegd bij ondernemingen. In familiebedrijven is de verhouding onderneming, eigendom en familie echter onlosmakelijk met elkaar verbonden in tegenstelling tot niet-familiebedrijven. Een uniforme regeling zou de flexibiliteit belemmeren. Er mag geen overregulering gaan ontstaan met betrekking tot de bestuursinrichting van het familiebedrijf.


    Goedkoper procederen
    Is het een bekend beeld? U wilt naar de rechtbank toestappen om uw gelijk te halen, maar ziet er vanaf omdat de kosten te hoog zullen zijn. Advocaatkosten zijn vaak te duur (al gauw € 200 per uur).
    Om het recht beter toegankelijk te maken voor MKB-ondernemers en burgers wil het kabinet dat er voortaan meer zaken afgehandeld worden door de kantonrechter. Hier kan men namelijk terecht zonder een advocaat in te huren. Bij andere rechters is dit wel verplicht. Als de Eerste en Tweede Kamer met het voorstel instemmen, gaan zaken met een geschat belang tot 10.000 euro (dit was 5.000 euro) én alle conflicten over consumentenaankopen via de kantonrechter lopen. Het is te verwachten dat de steun er zal komen want Kabinet, Tweede Kamer en allerlei consumentenbelangenorganisaties maken zich al vijftien jaar zorgen over de moeizame toegang van grote groepen burgers tot het rechtssysteem. Vooral voor mensen met middeninkomens, kleine zelfstandigen en MKB'ers is de barrière (vooral advocaatkosten) om naar de rechter te stappen te hoog.



    Bijzondere situatie bij bijtelling auto
    Een uitspraak van de rechter gaf meer duidelijkheid over de autokostenbijtelling in een bijzondere situatie. Het ging hier om een situatie waarbij een werknemer in eerste instantie over een verklaring ‘geen privégebruik’ beschikt (en dus minder dan 500 kilometer per jaar privé reed) en deze vervolgens weer introk. Het blijkt dat voor de bijtelling van belang is of een auto gedurende het gehele of een gedeelte van het kalenderjaar aan de werknemer ter beschikking is gesteld. In dit geval vond gedurende de eerste twee maanden geen bijtelling plaats en de werknemer kon een kilometeradministratie overleggen waaruit bleek dat hij geen kilometer privé had gereden.

    De werknemer verzocht de Belastingdienst om de verklaring vanaf begin maart in te trekken. Functiewisseling met onregelmatiger gebuik van de auto (daarom lastiger bij te houden ) en verkoop van privé auto was de reden om meer dan 500 kilometer privé te rijden.

    De verklaring ‘geen privégebruik’ werd ingetrokken, maar de werknemer kreeg tevens een naheffingsaanslag over de maanden januari en februari. Hiertegen is de werknemer in beroep gegaan, omdat hij vond dat hij in deze maanden geen voordeel van de auto had.

    Maar de rechtbank oordeelde dat het eventuele voordeel dat de werknemer geniet beoordeeld moet worden aan de hand van de vraag of de auto gedurende het gehele kalenderjaar aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Het is niet van belang of de auto daadwerkelijk gedurende het gehele kalenderjaar is gebruikt.

    Conclusie: als u weet dat later in het jaar de situatie verandert hoeft u geen administratie bij te houden. Let wel: het is dus ook niet mogelijk om bijvoorbeeld gedurende de vakantietijd de verklaring in te trekken om dan meer kilometers privé te rijden.



    Waardering onderhanden werk gewijzigd
    Vanaf dit jaar dient onderhanden werk anders te worden gewaardeerd. Tot 2007 was het (op basis van jurisprudentie) toegestaan om de fiscale winstneming uit te stellen totdat een werk was opgeleverd of een opdracht afgerond.

    Ingaande dit jaar geldt dat onderhanden werk in opdracht van een derde als volgt dient te worden gewaardeerd. Het constante gedeelte van de algemene kosten dat toerekenbaar is aan het onderhanden werk, dient ook geactiveerd te worden. Onderhanden werk dient met voortschrijdend winst genomen te worden. Uitstel van winstneming tot oplevering van het werk of afronding van de opdracht is dus niet meer toegestaan. Per einde jaar dient voortaan het onderhanden werk te worden gewaardeerd op het gedeelte van de overeengekomen vergoeding voor het gehele werk of de volledige opdracht, dat aan het onderhanden gedeelte kan worden toegerekend. Bij bijvoorbeeld 50% voortgang van een project moet dus 50% winst worden genomen. Het blijft wel mogelijk om een voorziening te treffen voor eventueel te lijden verlies op een onderhanden werk. Nieuwe waardering zal normaliter voor het eerst plaatsvinden op 31 december 2007.




    Verzoek om steun bestrijding agressie en geweld in detailhandel
    De Arbeidsinspectie deed onderzoek naar agressie en geweld in de detailhandel. Het onderzoek vond plaats in risicogebieden. Hieruit bleek dat bijna de helft onvoldoende doet aan bestrijding van agressie en geweld. De conclusie van de inspectiedienst was dat winkeliers meer moeten doen. Er wordt door de detailhandel echter jaarlijks al voor ruim 300 miljoen geïnvesteerd aan preventiemaatregelen. Ook hebben duizenden medewerkers een cursus omgaan met agressie gevolgd. MKB Nederland wil dan ook dat de overheid eveneens ondersteuning biedt. Ze wil dat er een heffingskorting komt voor investeringen in criminaliteitspreventie voor alle ondernemers. De korting zou moeten gelden voor een bepaalde lijst van maatregelen. Al eerder werd om financiële steun van de overheid verzocht. Een motie uit 2004 van kamerlid Van der Vlies waarbij opgeroepen werd om met soortgelijke maatregelen te komen is toentertijd niet aangenomen.








    Denissen & van Dinten | Broerdijk 193 | Postbus 1314 | 6501 BH Nijmegen
    Tel: (024) 323 36 69 | Fax: (024) 322 69 14 | E-mail:
    info@denissen-vandinten.nl